logo.pngWaterval negentien, zes - spreken.

Eerst, daarna, ten slotte

 

Vul de gaten in en druk op "Check" om je antwoorden te controleren. Gebruik de "Hint" button om een letter te krijgen als je het antwoord niet weet. Maar let op: je verliest punten hiermee!
Vul in: eerst, dan of ten slotte. Let ook op hoofdletters.

1. Alex is in een boekenwinkel. pakt hij een krant.
2. gaat hij betalen.
3. verlaat hij de winkel: hij gaat weg. Hij groet vriendelijk.
4. Lisa wil een appel eten. gaat ze de appel schillen.
5. snijdt ze de appel in stukken.
6. En eet Lisa de appel lekker op.
7. Alex maakt een soep. Hij moet de tomaten om te beginnen (=eerst) wassen, en koken.
8. Maar Alex vergeet iets. "Ik had de tomaten moeten wassen!", zegt hij.
9. Alex denkt: "'s Morgens ben ik vaak fit, maar word ik meestal moe. Ik vergeet dingen."
10. "En 's avonds ben ik soms dóódmoe. Bekaf! Uitgeput! ben ik blij dat ik naar bed mag."