Waterval les 29: Even bijkletsen

 

* Dialoog uit het boek

1. Bijzinnen: alle verba achteraan (herhaling)
2. Bijzinnen: bijzinnen met moeilijkere conjuncties

3. Dril 1: bijzinnen

 

4. EXTRA DRIL: normaal, inversie of bijzin?


5. Lezen: mimiek, gezichtsuitdrukkingen. Wat lees je in deze gezichten?


6. Luisteren: kijken in de ziel - psychiaters

7. Spreken: emoties

8. Spreken/schrijven: moeilijkere conjuncties

 


 

9. Liedjes

9a. Gelukkig zijn - Raymond van het Groenewoud



9b. Mijn tante heeft een olifant - Jan Blaaser


refrein:
M'n tante heeft een olifant, dat ding ligt in een ledikant
Het slurfie hangt buitenboord, zodat je niet zijn snurken hoort

M'n tante kreeg verkering met een knappe afrikaan
Die had voor haar verjaardag haar dat ding cadeau gedaan
Eerst vond ze 't niet zo aardig maar ze is nu aan hem gewend
En noemt hem nu mijn grote grijze lieve vent!

Ze zitten 's avonds met z'n tweeen knus voor de t.v.
M'n tante in een leunstoel en hij op de canape
En als de film spannend wordt schrikt ie z'n eigen dood
En springt dan met een aanloop boven op m'n tantes schoot

Na jaren kwam die Afrikaan terug in Nederland
En vroeg m'n tante heel verlegen, teder om haar hand
Maar tante heeft hem afgewezen, weet je wat ze zei
Als jij er ook nog bijkomt kan dat beest er niet meer bij!


10a. Woordenschat (Quizlet)


10b. Externe link - meer woordenschat emoties

 

11a. Filmpje: Vader en dochter (Michael Dudok de Wit)

Vertel samen na wat je ziet gebeuren.

11b. Een zwaarmoedige schildpad (tot 8'12)

 

1. Waarom is Stoffel "zwaarmoedig" (depri)?
2. Hoe gaat de reclame van Piet de Pad?
"Eten bij Piet - weg met .........!"
3. Wat is het effect van al die reclame?
4. Wat is het beroep van Meindert het Paard?
5. Wat wordt Stoffels therapie?
6. Wat is de remedie van Gerrit de Postduif tegen alle overlast?
7. Waar gaat Stoffel heen?
8. Wat neemt Stoffel mee op vakantie? Wat geven zijn vrienden mee?